Trainen met een hartslagmeter

hartslagmeter

Gebruik een hartslagmeter waarbij je het geslacht, leeftijd en lengte kunt instellen en waar een calorieteller op zit. Neem er 1 waarvan je de batterij van de borstband kunt vervangen. Doe hem om tijdens huishoudelijke klusjes of tijdens je werk. Kijk hoeveel je verbrandt tijdens deze activiteiten. Zo wordt je bewust van je verbrandingsproces. Hoeveel Kcal je per minuut of per uur verbrandt, is afhankelijk van een aantal factoren:

  • geslacht
  • leeftijd
  • spiermassa
  • gedrag (bv. onrustig type)
  • in welke stand je verbranding staat (opslag- of verbrandingsstand)
  • algehele gezondheid (spierkracht, conditie, etc.)
  • hormoonhuishouding
  • voeding (stoffen die de verbranding kunnen stimuleren zoals kruiden)
  • mate van beweging (tv kijken of traplopen)
  • slaapritme (minder slaap zorgt voor een hogere hartslag ivm stress)
  • sociale omgeving (als je op de camping bent, ben je anders dan thuis)

 Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat er verschillende niveaus van trainen zijn. De niveaus zijn in 4 lagen verdeeld. Deze lagen zullen middels percentages worden aangegeven. 100% is je maximale hartslag. Deze kun eenvoudig berekenen: 220 – je leeftijd = hartslag per minuut. Dit is even een handige formule.

De 4 trainingsintensiteiten zijn:
1. Zeer lage intensieve training (tussen 50 % – 60 %)
2. Middelmatige intensieve training (tussen 61 – 75 %)
3. Hoge intensieve training (tussen 76 – 85 %)
4. Zeer intensieve training (tussen 86 – 100 %)

  1. Zeer lage intensieve training
    Tussen de 50 – 60 % wordt het grootste gedeelte van de geleverde energie vrij gemaakt door verbranding van vetten. Drink tijdens het trainen geen vloeistoffen met suiker of andere zoetstoffen. Je wilt namelijk dat het lichaam gedwongen wordt om zijn energie te halen uit de vetten en niet uit de suikers die suikers.
  1. Middelmatige intensieve training
    Tussen de 61 – 75 % wordt ook het grootste gedeelte van de geleverde energie vrijgemaakt door middel van verbranding van je vetvoorraad. Hier worden ook de koolhydraten aangesproken die je gegeten hebt. Bij deze trainingsintensiteit zal ook de hoeveelheid opgeslagen energie in je spieren worden gebruikt.
  1. Hoge intensieve training
    Tussen de 76 – 85 % gaat het lichaam op zoek naar snelle brandstoffen ivm een hoge hartslag. Deze snelle brandstoffen zijn op de eerste plaats de opgeslagen energie in je lever en je spieren. Op de tweede plaats zijn dat de eiwitten en niet de vetten! Je spieren worden dus verbrand!
  1. Zeer intensieve training
    Tussen de 86 – 100 % verbrandt het lichaam gelijk de hoeveelheid opgeslagen energie in de lever en spieren (glycogeengehalte) en stapt dan meteen over op de verbranding van eiwitten (spieren). De vetvoorraad wordt alleen aangebroken in de beginfase en eindfase van je training.